Albert Henri Spann

Soldaat der eerste klasse, 5-3-11 RI (5e Compagnie 3e Bataillon 11e Regiment)
Geboren 27 augustus 1925 te Balgoij (Torenstraat 3)
Gesneuveld op 3 november 1948 te Wananjala, Nederlands-Indië
Begraven Nederlands Ereveld Candi vak B graf 5

Bron: Ronny Jacobs (neef) en Milda Zwartjes-Jacobs (Nicht) (zoon en dochter van de tweelingzus van Albert)

Albert Henri (Bartje) Spann zoon van Albert Spann en Wilhelmina Johanna Spann-Peperkamp.
Albert is vernoemd naar zijn vader die veldwachter was in de regio Balgoij, Overasselt en Keent. Albert is de helft van een tweeling. Zijn zus Mientje is de andere helft. Beide hebben nog een zus, Bets, die 4 jaar ouder is.

De ouders Albert en Wilhelmina Johanna Spann
Babyfoto van de tweeling Albert en Mientje Spann

Albert is geboren en getogen te Balgoij. Het huis waar hij is geboren en woonde ten tijde van zijn vertrek naar Nederlands-Indië aan de Kerkstraat C31 tegenwoordig Torenstraat 3, staat er nog steeds. Er is weinig bekend over zijn kindertijd en jeugdjaren. Albert is 15 jaar oud als voor Nederland de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Als hij in 1943 18 jaar wordt is hij verplicht om in Duitsland te gaan werken. Dat ziet hij echter niet zitten. In plaats daarvan kiest hij ervoor om bij de Nederlandse Arbeid Dienst (NAD) te gaan werken. Weigeren had weinig zin en onderduiken was ook geen optie omdat anders zijn familie last zou krijgen met de Duitse bezetter. Voor Albert was dit de veiligste keuze tevens bleef hij zo in de buurt van zijn familie. Wanneer de Duitsers capituleren is Albert 20 jaar hij heeft de oorlog overleefd.

Albert (links) in het uniform van de NAD

Dat Albert vaderlandslievend is blijkt uit de keuze die hij maakt wanneer hij 21 is. Hij meldt zich aan bij het Leger om vervolgens voor de duur van 1 jaar, als Soldaat bij de infanterie, naar Nederlands-Indië te vertrekken om deel te nemen aan de strijd tegen de, door Soekarno in 1945 uitgeroepen, Republiek Indonesië. De Republiek had gebieden in Java en Sumatra bezet die van economisch belang waren voor Nederland. Deze gebieden moesten terug worden veroverd. Om dit te bewerkstelligen werd op 21 juli 1947 de Eerste Politionele Actie, operatie Product, in gang gezet. Deze actie duurde tot 5 augustus 1947 en stond onder leiding van Generaal Spoor. De actie was succesvol en de gebieden werden terug veroverd. De inlanders die verdreven werden gingen over op guerrilla acties. Voor Albert liep zijn tijd in Nederlands-Indië ten einde. Hij mocht naar huis, Albert besloot echter anders en tekende voor 1 jaar bij. Albert, Bartje, stond bij zijn eenheid bekend als een vrolijke levenslustige opgewekte jongen met een liefde voor voetbal. Zijn Kapitein noemde hem een “sportief en kameraadschappelijke soldaat, een voorbeeld voor de andere soldaten”.

Het leven bestond niet alleen uit passagieren en voetbal maar bestond ook uit wachtlopen en op patrouille gaan. Op zondag 31 oktober 1948 werd een patrouille uitgezonden om de aanwezigheid en verblijfplaats van enkele ongure elementen vast te stellen. Deze patrouille moest op 2 november omstreeks middernacht per auto weer opgepikt worden. Ter bescherming van deze auto en zijn chauffeur werden 5 soldaten aangewezen, waaronder ook Albert. Onderweg reed de auto in een hinderlaag en kwam onder hevig vuur te liggen. De motor werd getroffen waardoor de auto tot stilstand kwam. Geen van de soldaten werd getroffen en beantwoordden direct het vuur met als gevolg dat de “bandieten” er vandoor gingen.

Te voet werd de tocht behoedzaam, met de wapens in de aanslag om direct te kunnen vuren wanneer de bandieten zich zouden laten zien, voortgezet richting de patrouille die opgehaald moest worden. De bewuste patrouille die het vuurgevecht had gehoord ging op zijn buurt snel richting het geluid van de schoten en waar ze voor het laatst de koplampen van de auto hadden zien schijnen. Tot plotseling enkele gestalten voor hen in het donker opdoemden. Dit waren de vijf Nederlandse jongens die in het Maleis riepen “Siapaitoe”(wie daar) waarop de voorste jongen van de patrouille riep “Wij patrouille, siapa”. Hierop werd, in plaats van zich kenbaar te maken als de ondersteunende patrouille van vijf, wederom in het Maleis geroepen “Saja” (ik) een term die bij de Javanen gebruikelijk is. De patrouille, die hierdoor meende met de weggevluchte bandieten te maken te hebben, opende het vuur. Ze losten 3 schoten waarop geroepen werd “niet schieten, niet schieten, wij zijn het”.

Het was echter al te laat. Albert had een buikschot net boven zijn navel opgelopen en soldaat Verwij een schot in zijn knie. Noodverbanden werden aangelegd. De Kapitein van de eenheid werd gewaarschuwd en ook de dokter kwam ter plaatse. Albert voelde zich naar eigen zeggen nog goed ondanks zijn schotwond. Ook zijn polsslag was nog goed. Per ziekenauto is Albert naar Pekalongan vervoerd waar hij met spoed geopereerd werd. Albert zelf had niet door hoe ernstig zijn verwonding was, “over drie weken ben ik de oude sterke Spann weer” zei hij lachend. Maar het liep helaas anders. Na de operatie trad er een verbloeding op die in de nacht van 2 op 3 november om 03.00 uur onvermijdelijk een einde maakte aan het jonge leven van Albert.

Op woensdagmiddag 3 november om 16.00 uur werd Albert met militaire eer begraven. Het was zeer druk. Bijna alle jongens van Albert’s compagnie waren aanwezig evenals enkele hoogwaardigheidsbekleders.

Met Militaire eer wordt Albert op 3 november om 16.00 uur onder grote belangstelling begraven.
Regiments-Aalmoezenier Peeters leidt de dienst

De berichtgeving over het overlijden van Albert slaat in als een bom wanneer de politie en burgemeester in Balgoij aan de deur komen om het droevige nieuws te melden. De ouders van Albert deden de deur open terwijl Mientje op de trap meeluisterde naar het droevige nieuws over haar broer. Zelfs de buren, de familie Overman, die in 1948 naast de fam. Spann in Balgoij woonden weten zelfs uit overlevering na 75 jaar nog te vertellen dat er veel verdriet was bij de ouders en zussen van Albert.

In 1950 wordt Albert herbegraven op het Nederlands Ereveld Candi vak B graf 5.

De vlag op de kist is nog steeds in bezit van de familie. Ronny, de zoon van tweelingzus Mientje, heeft deze vlag nog steeds in zijn bezit. Deze vlag wordt zorgvuldig in de opbergkist van oom Albert, die ook in het bezit is van Ronny, bewaard.

De transportkist van Albert die na zijn sneuvelen naar de Kerkstraat C31 is gestuurd met zijn persoonlijke bezittingen. In deze kist wordt de vlag bewaard
De Nederlandse vlag die in 1950 over de kist van Albert lag toen Albert herbegraven werd op zijn huidige graflocatie.
De brief die namens het Koninklijke huis aan de nabestaanden werd gestuurd om hun medeleven te betuigen

In 2002 besluiten tweelingzus Mientje en haar 3 kinderen naar Indonesië af te reizen om het graf van haar broer en hun oom te bezoeken. Daar zijn ze keurig ontvangen door een militaire delegatie met een gedenkwaardige krans voor op het graf van Albert.

Mientje met haar drie kinderen Albert, Ronny en Milda bij het graf van haar tweelingbroer. Na 50 jaar ziet Mientje eindelijk het graf van haar tweelingbroer. Ze heeft twee dagen van haar reis benut om het graf te bezoeken. Beide dagen heeft ze constant gehuild na 50 jaar eindelijk een tastbaar moment waarbij ze haar emotie de vrije loop liet.

Overlijdensadvertentie van Mientje vlak voor haar overlijden zei ze nog; ik ga naar mijn broer ons pap en mijn zus
Trouwfoto van Mientje Jacobs-Spann en haar man Gerard Jacobs

De voetbalschoenen van Albert die hij droeg in Nederlands-Indie tijdens zijn voetbalwedstrijden en nu door Ronny eervol bewaard op zijn transportkist. Orgineel slot van de transportkist die onderweg naar Nederland opengeknipt (!) is. Het voetbalshirt van Albert bleek helaas niet meer in de kist te zitten. Gelukkig waren zijn overige bezittingen onaangeroerd. Op de kist ook nog een foto van Albert met daarnaast een pasfoto van zijn vader in politie uniform.

Albert in voetbaltenue in Nederlands-Indie
Albert in gevechtstenue in Nederlands-Indie
Oorkonde behorende bij de medaille die postuum aan de nabestaanden van Albert uitgereikt is
Geboorte woning waar Albert zijn hele leven gewoond heeft. Kerkstraat C31 Deze woning staat er nog steeds maar nu onder het adres Torenstraat 3
Ronny en Milda, Zoon en dochter van Mientje neef en nicht van Albert (16 november 2025)
Ronny vlak voor zijn uitzending naar voormalig Joegoslavië in 1993

Ronny trad in de voetsporen van zijn oom en werd eveneens militair bij de Koninklijke Landmacht. En zo gebeurde het dat ook Ronny 45 jaar na de fatale missie van oom Albert uitgezonden werd naar voormalig Joegoslavie t.b.v. de missie UNPROFOR van 1 maart 1993 tot 6 juli 1993. Ronny weet nog goed dat zijn moeder, Mientje, zij “ik ben al een broer verloren laat ik alsjeblieft niet ook nog een zoon verliezen”. Gelukkig kon Mientje haar zoon, na zijn missie, weer veilig in haar armen sluiten.