Familie Reijs

Jacobus Henricus Reijs 60 jaar Geboren 6 januari 1891 te Balgoij
Maria Jacoba Reijs-Kersten 53 jaar Geboren 3 september 1883 te Niftrik
Everdina Johanna Josephina Reijs 18 jaar Geboren 30 maart 1926 te Niftrik
& Maria Anna Theresa Reijs 6 jaar Geboren 18 februari 1938 te Niftrik

Allen omgekomen op 1 september 1944 Niftrik
Woonplaats ten tijde van overlijden: Maasbandijk 60 Niftrik (Gemeente Wijchen)
Begraven/gedenkplaat: Kerkhof Heilige Damianus, Kerkstraat, Niftrik, graf R34

Hier volgt het relaas van Damiaan Renkens, zoon van Annie Reijs – zij was op 1 september 1944 zestien jaar – en van Jos Reijs – zoon van Frans Reijs. Frans was op 1 september 1944 12 jaar.


Het verhaal van de familie Reijs begint eigenlijk al op 10 mei 1940. Na de Duitse inval besluit het Nederlandse leger om de huizen aan de Maasbandijk, waar de familie Reijs op dat moment woont, in brand te steken. Deze woningen, die boven de dijk uitstaken, konden namelijk door de Duitsers gebruikt worden om de Nederlandse stellingen in Ravenstein te beschieten. Tachtig mensen raakten hun huis kwijt. Eén derde van het dorp ging op 10 mei 1940 verloren. Voor de boeren die hun boerderij in vlammen zagen opgaan bleven de stallen met het vee gelukkig gespaard. De onfortuinlijke kregen buiten de toezegging dat hun woning na de oorlog herbouwd zouden worden, ook een tijdelijk ‘’noodwoning”; meer een barak dan een woning.

 

 

  

 

 

Familie Reijs voor hun tijdelijke noodwoning (foto genomen rond 1942) van links naar rechts; 1.Frans Reijs, 2.onbekend, 3.Annie Reijs, 4.Marietje Reijs-Kersten, 5.Dien Reijs, 6.Marianneke Reijs (klein meisje) en 7.Kobus Reijs, 8.vermoedelijk Oom Bart (met hoed)

Op een nacht – rond 01.30 uur – werd Kobus wakker van vliegtuigen die al schietend over zijn huis vlogen. Het bleek om een luchtgevecht te gaan tussen een Duitse nachtjager en een Engelse bommenwerper. De andere morgen toen Dien naar de stallen liep om het vee te verzorgen zag ze een bloedspoor op het erf. Toen ze dit spoor volgde vond ze een Engelse piloot in de hooimijt die zich daar verstopt had. Dien rende naar de noodwoning om haar vader, Kobus, erbij te halen.

Toen Kobus zag dat de piloot gewond was besloot hij om zijn huisarts in Wijchen erbij te halen. Ondanks het tegenstribbelen van de piloot ging Kobus, op de fiets, naar Wijchen. Bij zijn huisarts aangekomen vertelde Kobus over de gewonde piloot in zijn hooimijt en of de arts met hem mee ging om de piloot te verzorgen. De arts gaf aan dat hij hier melding van moest maken bij de Duitsers waar Kobus absoluut tegen was en verzocht de arts tot drie maal toe om alsjeblieft toch zijn mond te houden.

Hierna vertrok Kobus, zonder huisarts, weer op de fiets naar Niftrik. Onderweg werd Kobus reeds ingehaald door een Duitse Kubelwagen met Duitsers erin die, vreesde Kobus, al onderweg waren naar zijn woning. De huisarts had zijn “plicht” gedaan. Helaas niet ten goede van de piloot, want deze werd net afgevoerd in krijgsgevangenschap, toen Kobus thuis kwam. De piloot maakte met gebaren duidelijk hoe kwaad hij was op Kobus, daar hij er wellicht vanuit ging dat Kobus hem verraden had, niet in de wetenschap dat Kobus juist de arts gesmeekt had om dit niet te doen.

Vanuit de noodwoning gingen de boerenfamilies het vee verzorgen. Zo ook op 1 september 1944. Het was een mooie nazomerse dag; het was rond 19.00 uur en de koeien waren zojuist gemolken. De familie Reijs was nog buiten toen Annie (16) de vliegtuigen hoorde naderen. Ze keek naar de lucht maar kon de toestellen niet zien omdat deze uit de richting van de zon kwamen. Voor men er erg in had wat er gebeurde, dropten de Amerikanen 35 Azon bommen op de spoorbrug tussen Niftrik en Ravenstein.

Helaas was het bombardement niet erg nauwkeurig en op 400 meter van de brug ter hoogte van de noodwoning van de familie Reijs viel een bom. vader Kobus (60), de moeder Maria (53), dochter Dien (18) en dochtertje Marianne (6) Reijs kwamen hierbij om het leven. Ook twee landarbeiders kwamen om het leven. De 16-jarige Johannes Petrus Hofmans – die bij de familie Reijs aan het werk was – en de 23-jarige Franciscus Johannes van den Heuvel, die bij een andere boer aan het werk was. De dame uit Nijmegen, Johanna van Gent-de Bruijn – die ook om het leven kwam – had waarschijnlijk na een familiebezoek in Niftrik, op de terugweg naar huis nog snel even melk en/of eieren gekocht bij de familie Reijs. Zij was helaas op het verkeerde tijdstip op de verkeerde plaats.

De familie Reijs had ook nog een zoon, Frans (12), die bezig was met het maken van een vogelkooitje voor een ekster die hij die dag gevangen had. Frans hoorde de vliegtuigen ook aankomen. Hij zag vanuit de vliegtuigen iets vallen wat op licht of vuur leek (wellicht zag hij de flares die achter op de bommen zaten). Hij begon te rennen richting de hooimijt. Zijn zusje, Marianneke van zes, rende achter Frans aan.

Op het moment van de bominslag dook Frans net onder de vloer van de hooimijt die door de klap inzakte en boven op Frans terecht kwam. De spijkers die door de vloer heen kwamen werden in zijn rug geduwd. Marianneke was helaas niet snel genoeg en werd door de inslag boven op de hooimijt geworpen. Nadat de bommen zwegen en de vliegtuigen in de verte verdwenen kroop Frans onder de hooimijt vandaan. Wat hij toen zag en hoorde zal hij de rest van zijn leven niet meer vergeten. Zijn zusje Marianneke leefde nog, maar stierf voor zijn ogen. Zijn andere zus Annie, die de inslag overleefde, had haar arm er bijna af. Over de andere leden van de familie die hij zag liggen zullen we het maar niet hebben. Frans heeft het na de oorlog erg zwaar gehad, zeker op de momenten wanneer hij geconfronteerd werd met de oorlog of het bombardement. Hij heeft over de oorlog amper nog gesproken.

Na het bombardement kwam er vanuit het dorp direct hulp. De mensen die Annie hielpen en zagen dat ze zwaar gewond was riepen “Annie je gaat het redden, maar je zult je arm kwijtraken” Annie gaf antwoord in de strekking van “mooi, dan hoef ik nooit meer te melken”. Annie was uiteraard in shock en op dat moment ook nog niet op de hoogte van het lot van haar ouders, broer en zusjes. Annie’s arm werd geamputeerd en ze overleefde de oorlog samen met haar broer Frans.

Nadat Annie bij haar familie en bij de nonnen opgevangen was is ze uiteindelijk getrouwd met Lambertus Renkens ze kregen twee zonen Damiaan en Patrick en een dochter Marga. Annie en haar man, Lam, komen te wonen aan de Baron D’Osystraat 31. Op nummer 21 woont Nel Janssen die gewond raakte op 16 september 1944 tijdens een granaatinslag in haar ouderlijke woning aan de Kasteellaan 48, waarbij haar moeder Johanna Janssen en de verloofde van haar zus, Albert Teunissen, omkwamen. Ze kijkt uit op de molen van de familie Kleijn die op 22 februari 1944 hun zoon Jan verloren bij het bombardement op Nijmegen. Hierbij raakte hun dochter Mien zwaar gewond.
Annie was een nuchtere dame altijd positief met een lach op haar mond en leek weinig last te hebben van haar herinneringen aan de oorlog. Tijdens een vakantie, lang na de oorlog, in Frankrijk ontmoette Annie een Nederlandse piloot die trots vertelde over zijn oorlogsverleden als piloot bij de United State Army Air Force (USAAF). Hierop heeft

Aninie te kennen gegeven dat hij hier niet zo trots op hoefde te zijn omdat de “heroïsche“ bombardementen ook het leven hebben gekost van vele onschuldige mensen, waaronder haar familie. Vrienden zijn zij uiteraard nooit geworden. Annie is op 21 mei 2015 op 86 jarige leeftijd overleden en is begraven in het graf bij haar ouders en twee zusjes. Na een reis van ruim 70 jaar was Annie eindelijk weer bij haar familie in Niftrik.

 

Frans is opgegroeid bij familie en bij de paters en heeft na de oorlog eerst zijn school afgemaakt. Uiteindelijk is er een nieuw huis gebouwd op de fundering van de boerderij door Frans waar hij tot zijn dood in 2000 heeft gewoond. Frans had meer last van de herinneringen aan de oorlog dan zijn zus, Annie. Hij is getrouwd en kreeg een zoon en twee dochters: Jos, Ria en Wilma.

Een nieuwe woning is in 1954, op de oude fundamenten van de boerderij, gebouwd door Frans Reijs. Vandaag de dag woont zijn zoon, Jos Reijs, in de ouderlijke woning. Het monument aan de Maasbanddijk staat niet ver van deze locatie.