Theodorus Johannes (Theo) Peters 23 jaar

Geboren 6 februari 1921 te Elst

Overleden 31 januari 1945 Duitsland

Woonachtig ten tijde van overlijden Hoogbroek E31 (Panhuisweg 27) te Wijchen

Graflocatie onbekend

Zoon van Hendrikus Wilhelmus Peters (overleden 2 januari 1949 te Nijmegen) en Willemina Adriana Alofs (overleden op 11 september 1947 te Nijmegen) Gehuwd op 2 februari 1911 te Bemmel. Uit dit huwelijk kwamen 10 kinderen

  • Johannes Theodorus Hendrikus Peters 1911 te Bemmel/ overleden te? op?
  • NN Peters 1912 te Bemmel/ overleden bij de geboorte (0 jaar)
  • Hendrikus Hermanus Peters 23 september 1913 te Bemmel/ overleden te? op?
  • Alberta Johanna Peters 1915 te Bemmel/ overleden te Bemmel 1917 (2 jaar)
  • Aleida Johanna Peters 25 februari 1918 te Bemmel/ overleden te? op?
  • Wilhelmina Adriana Peters 1919 te Bemmel/ Overleden 1919 te Bemmel (0 jaar)
  • Niet openbaar
  • Theodorus Johannes Peters 6 februari 1921 te Bemmel/ omgekomen 31 januari 1945 Duitsland
  • NN Peters 1928 te Bemmel/ overleden bij geboorte (0 jaar)
  • Niet openbaar

De ouders van Theo krijgen 10 kinderen waarvan er 3 bij de geboorte overlijden en een dochtertje sterft als ze 2 jaar oud is. Het leven is zwaar zeker in die tijd voor een landbouwersgezin. Het gezin verhuisd naar Wijchen naar de Hoogbroek E31 het huidige Panhuisweg 27. Over het leven in Wijchen is weinig bekend. Het enige wat zeker is, is dat Theo op enig moment met het verzet tijdens de 2e wereldoorlog in contact is gekomen en in 1942 de opdracht om drie Franse militairen naar Frankrijk te begeleiden heeft aangenomen. Echter in 1942, tijdens het over de grens helpen van deze 3 Franse militairen, worden Theo en de militairen gearresteerd en overgebracht naar de gevangenis te Dijon in Frankrijk. Daarna is er niets meer van hem vernomen. Tot er in 1951 bericht komt van zijn overlijden. Theo zou door uitputting zijn overleden tijdens de (doden)mars van concentratiekamp Furstengrube bij Brieg te Boven-Silezië (nu Brzeg te Polen) naar buitenkamp Gliwice.

Na de Franse nederlaag in juni 1940 worden ruim 1,8 miljoen Franse soldaten gevangengenomen door de Duitsers. Een deel wordt naar Duitse krijgsgevangenkampen gebracht maar tienduizenden worden ook als dwangarbeiders ingezet in Nederland, België en Duitsland. Ze worden o.a. tewerkgesteld in Eindhoven, Tilburg, Venlo, Maastricht en Bergen op Zoom. Ze werkten daarin fabrieken, landbouw of bij de spoorwegen. Vanaf 1941 en 1942 ontsnappen steeds meer Franse militairen. Velen komen in contact met het Nederlandse verzet. Ze worden o.a. geholpen door verzetslieden van de “Comete-lijn” of “Dutch-Paris” die vooral vanaf 1942 actief worden. De ontsnappingsroutes lopen van Nederland via België naar Frankrijk of Spanje en zijn bedoeld voor neergeschoten Geallieerde piloten, ontsnapte Franse militairen en verzetslieden. Het doel is om naar het vrije Vichy-Frankrijk of via Frankrijk-Spanje-Gibraltar naar Engeland te ontsnappen. Betrokken verzetsgroepen zijn o.a. Groep Vrij Nederland, LO (Landelijke Organisatie) en lokale netwerken in Zuid-Limburg en Noord-Brabant. In de regio Nijmegen/Wijchen werken in 1942 vooral losse groepen en later lokale afdelingen van landelijke netwerken zoals de L.O. (Landelijke Organisatie voor onderduikers) en onderdelen van de Binnenlandse Strijdkrachten/Orde dienst. Hulp aan ontsnapte krijgsgevangenen en de doorgeefacties naar België/Frankrijk lopen via deze netwerken of via kerkelijke contacten. Dit zijn de gebruikelijke organisaties die in Zuid-Gelderland actief zijn. Het is meer dan waarschijnlijk dat Theo tot een der verzetsnetwerken in Zuid-Gelderland behoort en begeleider is op deze routes tot hij in 1942 bij de Belgisch/Franse grens gearresteerd en overgebracht wordt naar de Gestapo in Dijon.

Tijdens de bezettingsjaren (vanaf 1942) zitten de Bureau’s van de Duitse Geheime Staatspolizei (Gestapo) in Dijon in het gebouw aan 9, Rue du Docteur Chaussier. Gevangenen zoals Theo, worden daar voor verhoor binnengebracht. Wanneer ze niet ter plekke worden verhoord, worden ze vastgehouden in de door Duitsers gevorderde afdelingen van de gevangenis in Dijon (in sommige gevallen in het fort “Fort d’Hauteville” voor ze op transport worden gezet.

Voor Theo geldt dat hij hoogstwaarschijnlijk na zijn ondervragingen vanuit Dijon, via Fort d’Hauteville, naar transit interneringskampen zoals Drancy bij Parijs of Pithiviers is gebracht, en vandaaruit hij per trein gedeporteerd is naar Oost-Europa in een van de sub kampen van Auschwitz-Birkenau. Waar Theo precies is terechtgekomen is onbekend maar het is wel zeker dat hij na september 1943, na de opening van het concentratiekamp Furstengrube, een kolenmijn, bij Brieg, naar een buitenkamp van Auschwitz-Berkenau geïnterneerd is.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog dient dit kamp als een dwangarbeiderskamp voor de bouw van de chemische fabriek van de Organisation Schmelt die benzine produceerde (heette officieel Brieg-Waisenhaus). De Organisation Schmelt is een grootschalig industrieel complex in Opper-Silezië met een netwerk van kampen voor dwangarbeiders. Brieg was destijds een Duitse stad in Opper-Silezië, nu bekend als Brzeg in Polen. Het leven van de gevangenen in Brieg is extreem zwaar. Vele dwangarbeiders zijn Joden die onder barre omstandigheden moeten werken aan een nieuwe chemische fabriek.

Omdat het Sovjetleger op 19 januari 1945 de Pools-Duitse grens is overgestoken wordt besloten het kamp op 27 januari 1945 gedeeltelijk te sluiten met als gevolg dat ca 1000 gevangenen worden geëvacueerd en op (doden)mars, onder leiding van SS-Oberscharfuhrer Max Schmidt en SS-Haubtscharfuhrer Otto Moll, naar Gliwice te gaan om vandaaruit per open treinwagons naar concentratiekamp Mauthausen overgebracht te worden. Zo ook Theo. De achtergebleven zieke gevangenen worden enkele dagen later door de SS doodgeschoten of levend verbrand tijdens de vernietiging van de (zieken)barakken. Slecht 20 gevangenen overleven dit bloedbad. Theo ontkomt aan deze moordpartij maar overlijd alsnog na 3 dagen lopen aan vrieskou en uitputting. Waar hij exact is begraven is niet bekend. Het meest waarschijnlijk is dat Theo door uitputting is neergevallen en is doodgeschoten door de SS zoals vele anderen.

Tot maart 1944 staat Furstengrube onder leiding van SS-Hauptscharfuhrer Otto Moll. Hij wordt afgelost door SS-Oberscharfuhrer Max Schmidt die het kamp leidt tot aan de sluiting op 27 januari 1945. Er zijn 60 SS bewakers in het kamp. Otto Moll is vanaf 1941 hoofd van de crematoria in Auschwitz-Birkenau. Na de uitroeiing van de Hongaarse Joden in Birkenau keert Moll terug naar de post van hoofd van Gliwitz. In Januari 1945 houdt hij toezicht op de evacuatie (dodenmars) van gevangenen naar het westen. Door overlevenden van Auschwitz-Birkenau wordt Otto Moll beschreven als de ergste sadistische beul van de SS in het hele kamp. Moll is vaak dronken en doodt gevangenen zonder reden.

In februari 1945 wordt Moll toegewezen om te dienen in Kaufering, een subkamp van concentratiekamp Dachau. Ook hier kan hij ongestoord zijn wreedheden uitleven op de ondergeschikte gevangenen. Moll zou eigenhandig honderden Joden vermoord hebben en onder zijn toezicht zijn meer dan honderdduizend Joden om het leven gebracht. Hij draait zijn handen er niet voor om zelf deel te nemen aan de executies. Hoe hij zijn slachtoffers om het leven brengt is te gruwelijk om hier te beschrijven echter op You Tube is een filmpje te zien waarin zijn gruweldaden beschreven worden. Titel: Execution of Auschwitz officer who threw kids into fire alive & unleased dogs on woman – Otto Moll

In mei 1945 wordt hij gevangengenomen en tijdens de Dachauprocessen van 15 november tot 13 december 1945, word Otto Moll, de eerste commandant van Konzentrationslager Furstengrube, veroordeeld tot de doodstraf. Het vonnis wordt uitgevoerd op 28 mei 1946 Hij wordt geëxecuteerd in Landsberg.

De moeder van Theo overlijdt op 11 september 1947 te Nijmegen op 59-jarige leeftijd zijn vader overlijd op 2 januari 1949 te Nijmegen op 61 jarige leeftijd zonder ooit te weten waar Theo was of wat er met hem is gebeurd. Het is niet bekend wat er met het lichaam van Theo is gebeurd.

Zij die van uitputting vallen blijven liggen tot ze sterven of worden door de SS doodgeschoten.